Welke vogels zie je in november in je tuin?
De vogels die je in november in een Nederlandse tuin ziet, met de kenmerken waaraan je ze herkent: koolmees, pimpelmees, roodborst, merel, huismus, vink, staartmees en de wintergasten uit het noorden.
Kort antwoord
In november zie je in een Nederlandse tuin vooral standvogels: koolmees, pimpelmees, roodborst, merel, huismus, heggenmus en vink. Daar komen wintergasten bij die vanuit Scandinavië en Noord-Duitsland zijn aangeschoven, zoals de keep, de sijs, de kramsvogel en de koperwiek. Hang je begin november vetbollen en zwarte zonnepitten op, dan heb je meestal binnen een week de eerste vaste bezoekers.
Waarom zie je in november ineens meer vogels?
Er komen niet plotseling meer vogels bij. Ze worden zichtbaar. In november zijn de bladeren van de meeste struiken en bomen weg, dus wat in de zomer achter een muur van groen zat, zit nu in het volle zicht. Tegelijk raakt het natuurlijke voedsel op: insecten zijn verdwenen, de meeste zaden zijn gegeten en de bessen worden schaars. Vogels die in de zomer niets van je tuin moesten hebben, komen nu wel kijken.
Daar komt bij dat de dagen kort zijn. Een koolmees van pakweg achttien gram moet in twaalf uur donker op eigen vetreserve door de nacht komen. Hoe kouder de nacht, hoe meer hij er overdag moet bijeten. Dat maakt vogels in november veel minder kieskeurig en veel minder schuw dan in mei. Een voerplek die in augustus dagenlang onaangeroerd bleef, is in november binnen een paar dagen gevonden.
De derde reden is verhuizing. In oktober en november schuift een deel van de Noord-Europese vogelbevolking naar het zuidwesten. Nederland is voor veel van die vogels de eindbestemming, niet een tussenstop. De merel die in januari in je tuin zit, is dus lang niet altijd dezelfde merel die er in juni broedde.
Welke vogels komen in november het vaakst op de voedertafel?
Dit is de vaste ploeg. Ze zijn het hele jaar in Nederland, ze blijven in de winter in de buurt van hun territorium en ze vinden een nieuwe voerplek meestal binnen enkele dagen.
- Koolmees. De grootste mees van de tuin, gele borst met een zwarte streep die van de keel tot tussen de poten loopt. Is die streep breed, dan is het een mannetje. Smal en soms onderbroken: een vrouwtje. Pakt een zonnepit, vliegt ermee weg en kraakt hem elders op een tak open.
- Pimpelmees. Kleiner, met een blauwe pet en blauwe vleugels. Hangt zonder moeite ondersteboven aan een vetbol, iets wat de meeste andere tuinvogels niet doen. Blijft vaak eten waar hij hangt.
- Roodborst. Oranjerode borst en keel, verder onopvallend bruin. Man en vrouw zien er hetzelfde uit. Eet liever van een platte plank of van de grond dan uit een hangende silo, en verdraagt geen tweede roodborst in de buurt.
- Merel. Het mannetje is zwart met een gele snavel en een gele ring om het oog, het vrouwtje is donkerbruin met een vage vlekkerige borst. Zoekt op de grond, houdt van halve appels en van rozijnen die in water hebben gestaan.
- Huismus. Komt zelden alleen: waar er één zit, zitten er acht. Het mannetje heeft een grijze pet en een zwarte bef, het vrouwtje is egaal bruingrijs met een lichte streep achter het oog. Wil vlak bij de voerplek een dichte struik of haag om in weg te duiken.
- Heggenmus. Wordt constant voor een huismus aangezien, maar heeft een dunne, spitse insectensnavel en een grijze kop en keel. Schuifelt muisachtig over de grond onder de tafel en gaat er bijna nooit op zitten.
- Vink. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop en een roestbruine borst, het vrouwtje is dof bruingrijs. Allebei met twee opvallende witte strepen over de vleugel. Eet vooral onder de voedertafel wat de mezen laten vallen.
- Staartmees. Een bolletje van niets met een staart die langer is dan de rest van de vogel. Komt in groepjes van zes tot twintig door de tuin, blijft een paar minuten aan de vetbollen hangen en trekt dan als groep weer verder.
Daarnaast zijn er de bezoekers die er in november bij horen zonder dat ze elke dag komen: de groenling, de putter met zijn rode gezichtsmasker, de winterkoning die alleen onderin de struiken scharrelt, de boomklever die als enige tuinvogel met de kop naar beneden langs een stam loopt, en de grote bonte specht die zich zonder aarzelen aan een vetbolhouder vastklemt.
Welke wintergasten kun je in november verwachten?
Vanaf half oktober komen er vogels uit het noorden bij. Ze blijven tot februari of maart en zijn precies de soorten waarvan mensen denken dat ze zich vergissen, omdat ze de rest van het jaar niet in de tuin zitten.
- Keep. Lijkt op een vink en trekt vaak met vinken op, maar heeft een oranje schouder en borst en een witte stuit die pas opvalt op het moment dat hij wegvliegt. Komt uit Scandinavië.
- Sijs. Klein, geelgroen en gestreept, met een puntige snavel. Hangt in groepjes in elzen en berken en komt in de tuin af op nyjerzaad en gepelde zonnepitten.
- Kramsvogel en koperwiek. Twee lijsters die in oktober en november binnenkomen. Ze zijn niet in zaad geïnteresseerd maar in bessen en fruit. Heb je een lijsterbes, meidoorn of een paar valappels op het gras liggen, dan is de kans groot dat ze langskomen.
- Goudhaan. Met negen centimeter de kleinste vogel van Europa. Zit hoog in coniferen, beweegt continu en laat zich vrijwel nooit op een voedertafel zien. Wel te horen: een heel hoog, ijl piepje.
Wat dit praktisch betekent: het soortenlijstje van je tuin verandert in november harder dan in welke andere maand ook. Dat is ook precies de reden dat november een goede maand is om te beginnen met bijhouden wie er komt.
Waar in de tuin zie je welke vogel?
Vogels verdelen de tuin in lagen. Wie dat eenmaal doorheeft, ziet er meer, want je kijkt dan op de goede plek in plaats van alleen naar de voedertafel.
| Laag | Wie je daar ziet | Wat ze zoeken |
|---|---|---|
| Op de grond | Merel, heggenmus, vink, keep, houtduif, roodborst | Gevallen zaad, wormen, fruit |
| Op een platte tafel | Huismus, groenling, roodborst, spreeuw | Zaadmengsel, kaas, havermout |
| Hangend aan een silo | Koolmees, pimpelmees, staartmees, groenling | Vet, pinda, zonnepit |
| Tegen een stam | Boomklever, grote bonte specht, boomkruiper | Vet, insecten in de schors |
| In dichte struiken | Winterkoning, heggenmus, huismus | Dekking, insecten, spinnen |
Hang je alleen vetbollen op, dan zie je vooral mezen. Strooi je daarnaast wat zaad op een plat vlak en laat je een hoek met bladafval liggen, dan komen de grondeters erbij en verdubbelt het aantal soorten in je tuin zonder dat je iets extra’s doet. Meer daarover staat in vogels voeren in de winter.
Hoe herken je de soorten die op elkaar lijken?
Vier verwarringen zijn goed voor het overgrote deel van de twijfelgevallen in een gewone tuin. Als je deze vier eruit hebt, klopt je lijstje bijna altijd.
- Koolmees of pimpelmees. Kijk naar de kop, niet naar de buik. Zwarte kop met witte wangen is een koolmees, blauwe pet met een wit gezicht is een pimpelmees. De pimpelmees is duidelijk kleiner en mist de zwarte streep over de buik.
- Huismus of heggenmus. Kijk naar de snavel. Dik en kegelvormig hoort bij een zaadeter, de huismus. Dun en spits hoort bij een insecteneter, de heggenmus. De heggenmus zit bovendien bijna altijd alleen en op de grond.
- Vink of keep. Kijk op het moment dat hij opvliegt. De vink laat een groenige stuit zien, de keep een fel witte. Zit hij stil, let dan op de schouder: oranje bij de keep, roestbruin tot grijs bij de vink.
- Merel of spreeuw. Beide donker, maar de spreeuw is korter, heeft een driehoekige vleugelvorm in de vlucht en in de winter een verenkleed vol lichte stippen. De merel is egaal zwart met een gele snavel en loopt huppend, terwijl de spreeuw met snelle pasjes loopt.
Op welk moment van de dag zie je de meeste vogels?
Het eerste uur na zonsopgang is verreweg het drukst. De vogels hebben dan een lange, koude nacht achter de rug en moeten aanvullen. Het tweede drukke moment ligt vlak voor het donker, als ze zich volladen voor de nacht. In november is het licht kort: de zon komt rond acht uur op en is rond half vijf weer weg. Precies die twee vensters vallen voor de meeste mensen samen met woon-werkverkeer, wat verklaart waarom je op je vrije zaterdag ineens veel meer ziet dan door de week.
Ook het weer stuurt het bezoek. Bij vorst en bij een dag met harde wind en regen neemt de drukte op de voerplek toe, omdat natuurlijk voedsel dan slecht bereikbaar is. Op een zachte, windstille dag in november kan het juist opvallend stil blijven. Dat betekent niet dat de vogels weg zijn.
Hoe houd je bij wie er in november echt komt?
Het lastige aan tuinvogels kijken is dat de meeste bezoeken plaatsvinden als je er niet bent. Een staartmezengroep blijft twee minuten, een grote bonte specht komt één keer per week en de sperwer die af en toe langs de voerplek schiet, zie je vrijwel nooit met eigen ogen.
Daarvoor is het Vogelvista voederhuisje met camera gemaakt: de camera filmt wat er op de zitstok gebeurt, herkent de soort en stuurt je een melding met het beeld erbij. Je bekijkt de dag ’s avonds terug in plaats van dat je hem mist. Wil je eerst weten waar je bij zo’n camera op moet letten, lees dan vogelhuisje met camera: waar moet je op letten.
Wie het liever met pen en papier doet: noteer een maand lang per dag welke soorten je ziet. Eind januari is er bovendien de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland, waarbij je een half uur telt en je lijstje doorgeeft. Dan heb je november al als vergelijkingsmateriaal.
Veelgestelde vragen
- Welke vogel zie je in november het vaakst in een Nederlandse tuin?
- De koolmees en de huismus staan in de meeste tuinen bovenaan, gevolgd door de pimpelmees, de merel en de roodborst. Welke van die vijf bij jou de talrijkste is, hangt vooral af van je omgeving: huismussen zitten waar dichte hagen en oude daken zijn, koolmezen waar bomen staan.
- Waarom zie ik in november ineens meer merels dan in de zomer?
- Omdat er merels bij zijn gekomen uit Noord-Europa. Nederlandse merels blijven grotendeels waar ze zijn, maar in oktober en november schuiven er merels uit Scandinavië en Noord-Duitsland naar het zuidwesten. Die overwinteren hier en verdwijnen in maart weer.
- Komt de staartmees ook op de voedertafel?
- Ja, vooral op vetbollen en vetblokken. De staartmees komt vrijwel nooit alleen: hij trekt in groepjes van zes tot twintig vogels door de tuin, blijft een paar minuten hangen en gaat dan als groep verder. Zie je er één, kijk dan meteen naar de rest van de struik.
- Waarom zie ik in november geen spreeuwen meer op de voedertafel?
- Spreeuwen zwerven in de winter in grote groepen over een groot gebied en zijn daardoor onregelmatig. Ze komen in golven en dan meteen met tientallen. Ze zijn nauwelijks in zaad geïnteresseerd, maar wel in vet, oude kaas en zacht fruit.
- Zingen er in november nog vogels?
- De roodborst wel. Die verdedigt ook in de winter een territorium en zingt daarom het hele najaar door, zowel het mannetje als het vrouwtje. Verder hoor je vooral roepjes in plaats van zang: het contactgeluid van mezen, het ratelen van de merel bij onraad en het scherpe tikken van de winterkoning.
- Is november een goed moment om te beginnen met bijvoeren?
- Ja. Begin oktober of november en houd het vol tot in maart. Vogels raken gewend aan een vaste plek, dus hoe eerder je begint, hoe meer vaste bezoekers je in de koudste weken hebt. Belangrijker dan de startdatum is dat je daarna niet halverwege stopt.
- Hoeveel soorten kun je in november in één tuin zien?
- In een gemiddelde tuin met wat struiken en één voerplek kom je over een hele maand meestal op vijftien tot vijfentwintig soorten. Op één dag zie je er zelden meer dan acht tot tien tegelijk, omdat de meeste soorten maar kort langskomen.
Deel deze pagina
Ken je iemand die dit leuk vindt? Stuur het door.
- Stuur via WhatsApp opent in een nieuw tabblad
- Deel op Facebook opent in een nieuw tabblad
- Deel op X opent in een nieuw tabblad
- Stuur via Snapchat opent in een nieuw tabblad
- Stuur een e-mail
Voor Instagram of TikTok
Download het deelbeeld en plak de tekst erbij. De link staat er al in.
Verder lezen
- Categorie
Vogels herkennen
Welke vogels er in een Nederlandse tuin komen, hoe je ze uit elkaar houdt en wanneer je ze ziet. Per soort de kenmerken waar je in het veld echt iets aan hebt.
- Artikel
Vogels voeren in de winter: wat wel en niet
Wat je tuinvogels in de winter wel kunt geven en wat je beter weglaat. Met de reden erbij, plus hoe je de voerplek schoon en katveilig houdt.
- Artikel
Vogelhuisje met camera: waar moet je op letten?
De twaalf punten die bepalen of een voederhuisje met camera bevalt: wifi-bereik, accu en zonnepaneel, herkenning van Europese soorten, abonnementskosten, opslag, reactietijd en onderhoud.
- Artikel
Cadeau voor vogelliefhebbers: 7 ideeën
Zeven cadeaus voor wie graag naar vogels kijkt, van een voederhuisje met camera tot een nestkast met het juiste invlieggat. Met prijsklassen en de dingen die je beter niet geeft.
- Artikel
Waar hang je een voederhuisje op?
De beste plek voor een voederhuisje in een Nederlandse tuin: hoe hoog, hoe ver van struiken en ramen, uit welke windrichting, en waarom de plek bepaalt of er vogels komen.