Naar de inhoud
VogelvistaBestellen
Vogelvista

Zicht op wat er altijd al was

Vogels voeren in de winter: wat wel en niet

Wat je tuinvogels in de winter wel kunt geven en wat je beter weglaat. Met de reden erbij, plus hoe je de voerplek schoon en katveilig houdt.

Bijgewerkt op

Kort antwoord

Geef in de winter ongebrande en ongezouten zonnepitten, vetblokken zonder netje, ongezouten pinda’s in een silo, havermout, geweekte rozijnen en stukjes appel. Laat brood, gezouten noten, melk, gebakken vet, beschimmeld voer en gedroogde kokos staan: die maken vogels ziek of vullen zonder te voeden. Zet er een ondiepe schaal vers water bij en maak de voerplek elke week schoon.

Waarom is bijvoeren in de winter zinvol?

Een kleine vogel leeft in de winter van dag tot dag. Een pimpelmees weegt rond de elf gram en kan maar een beperkte vetvoorraad meenemen de nacht in. Bij vorst verbrandt hij een flink deel daarvan alleen al om warm te blijven. Dat betekent dat hij de volgende ochtend meteen weer op zoek moet, en dat de afstand tot de eerstvolgende betrouwbare voerplek letterlijk het verschil maakt.

Bijvoeren helpt daarom het meest op de dagen waarop het het hardst nodig is: bij vorst, bij sneeuw die het bodemvoedsel afdekt en na een lange natte periode. De rest van de winter is het vooral een aanvulling. Dat is ook meteen het antwoord op de vraag of je vogels lui maakt met voeren: nee, ze blijven de hele dag ook zelf zoeken. Wel maak je ze afhankelijk van je regelmaat, en dat is een reden om niet halverwege januari ineens te stoppen.

Wat kun je vogels in de winter wel geven?

  • Zwarte zonnebloempitten. Het beste algemene voer dat er is: dunne schil, hoog vetgehalte, en vrijwel elke tuinvogel eet ze. Gepelde zonnepitten zijn duurder maar geven geen doppenberg onder de tafel.
  • Vetblokken en vetbollen, altijd zonder netje. Vet is in de winter de snelste manier om energie binnen te krijgen. Kies rundervet of hard plantaardig vet.
  • Ongezouten en ongebrande pinda’s, in een pindasilo met gaas. Uit de silo kunnen vogels alleen kleine stukjes afbreken, wat veiliger is dan hele pinda’s.
  • Nyjerzaad. Klein zwart zaad waar putters en sijzen op afkomen. Vraagt een silo met kleine openingen, anders waait het weg.
  • Ongekookte havermout. Goedkoop, en geliefd bij merel, heggenmus en roodborst. Strooi het op een plat vlak of op de grond.
  • Fruit: halve appels, peren, en rozijnen of krenten die een uur in water hebben gestaan. Merels, kramsvogels en koperwieken komen hier op af.
  • Ongezouten oude kaas, in kleine stukjes. Winterkoning en roodborst zijn er dol op.
  • Vers water in een ondiepe schaal. In een vorstperiode is drinkwater vaak schaarser dan voedsel, omdat alles bevroren is.

Wil je met één product zoveel mogelijk soorten bedienen, neem dan zwarte zonnepitten en een vetblok. Wil je meer soorten trekken, voeg dan een plat vlak of een strooiplek op de grond toe. Welke vogel waar eet, staat in welke vogels zie je in november in je tuin.

Wat moet je juist niet geven?

Voer dat je beter weglaat, en waarom
Niet gevenReden
BroodVult de maag zonder voedingswaarde. Beschimmeld brood is ronduit schadelijk en het trekt ratten aan.
Gezouten pinda’s, noten en chipsVogels kunnen zout slecht uitscheiden. Zelfs kleine hoeveelheden zijn een probleem.
MelkVogels verteren melksuiker niet en krijgen er darmklachten van. Kaas kan wel, mits ongezouten.
Gebakken vet en braadvetrestenZacht en smerig vet komt in het verenkleed terecht en verstoort de isolatie. Gebruik hard vet.
Gekruide of gezouten etensrestenZout, kruiden en uien horen niet in een vogelmaag. Restjes trekken bovendien ongedierte aan.
Beschimmeld voerSchimmelsporen veroorzaken luchtwegaandoeningen. Gooi voer dat nat is geweest weg.
Gedroogde kokos en kokosschaafselZwelt op in de maag. Verse kokos in de halve dop kan wel.
Chocolade en avocadoBevatten stoffen die voor vogels giftig zijn.

Eén punt verdient extra nadruk, omdat het het vaakst misgaat: het plastic netje om een vetbol. Vogels kunnen er met hun poten of hun tong in vast komen te zitten en komen daar zelf niet meer uit. Koop vetbollen zonder net, of haal het net eraf en leg de bol in een vetbolhouder van metaal.

Hoe houd je de voerplek schoon?

Een voerplek brengt vogels bij elkaar die elkaar anders nooit zouden tegenkomen. Dat is precies wat ziekteverwekkers nodig hebben. Trichomonose, een parasiet die vooral groenlingen en vinken treft, verspreidt zich via speeksel op voer en in drinkwater. Salmonella verspreidt zich via uitwerpselen die zich onder de tafel ophopen.

  1. Maak silo’s en voedertafels wekelijks schoon met heet water en laat ze volledig drogen voordat je ze opnieuw vult.
  2. Ververs drinkwater dagelijks. Een schaal met groene aanslag is een besmettingsbron.
  3. Verplaats de strooiplek regelmatig een paar meter, zodat uitwerpselen zich niet op één plek ophopen.
  4. Vul kleine hoeveelheden bij in plaats van één keer heel veel. Voer dat dagen blijft liggen, wordt nat en schimmelt.
  5. Zie je een vogel met opgezette veren die suf blijft zitten, moeite heeft met slikken of natte veren rond de snavel: haal het voer en het drinkwater een tot twee weken helemaal weg. Dat is de enige maatregel die echt werkt tegen verdere verspreiding.

Waar zet je de voerplek neer?

De plek bepaalt of vogels de voerplek durven gebruiken. Ze willen dekking in de buurt om in weg te duiken bij een sperwer of een kat, maar geen dekking waar een kat zich pal naast de tafel kan verstoppen. De praktische regel: struik of haag op ongeveer twee meter afstand, en niets binnen een halve meter waar een kat vanaf kan springen.

  • Hang of zet de voerplek op ongeveer anderhalve meter hoogte. Hoog genoeg voor katten, laag genoeg om zelf bij te kunnen.
  • Kies een luwe plek. Bij harde wind en regen wordt voer nat, en nat voer schimmelt.
  • Let op raamaanvliegingen. Een voerplek op twee tot vijf meter van een groot raam is het gevaarlijkst, omdat vogels dan al snelheid hebben. Vlak bij het raam, binnen een meter, of juist ruim daarbuiten is veiliger.
  • Zet hem waar jíj hem ziet. Een perfect geplaatste voerplek achter de schuur levert je niets op.

Dat laatste punt is de reden dat een voederhuisje met camera zin heeft: je hoeft de plek dan niet meer te kiezen op wat je vanuit de keuken kunt zien, maar op wat voor de vogels het beste is. Waar je bij zo’n camera op let, staat in vogelhuisje met camera: waar moet je op letten.

Wanneer begin je en wanneer stop je?

Begin in oktober of november, als het natuurlijke aanbod terugloopt, en houd het vol tot eind maart. Vogels onthouden vaste voerplekken, dus vroeg beginnen levert in de koudste weken meer vaste bezoekers op. Stop niet abrupt in een vorstperiode: bouw het in het voorjaar geleidelijk af.

In het broedseizoen gelden andere regels. Hele pinda’s en grote brokken zijn dan gevaarlijk, omdat ouders ze aan hun jongen voeren en die zich erin kunnen verslikken. Voer je in het voorjaar door, gebruik dan uitsluitend een pindasilo waar alleen kleine stukjes uit komen, of stop met pinda’s tot het najaar.

Een laatste opmerking over kosten. Een winter doorvoeren met zonnepitten en vetblokken kost al snel enkele tientjes. Koop daarom liever een grotere zak van één goede soort dan vijf kleine zakjes gemengd zaad met veel vulling erin. Goedkoop zaadmengsel bestaat voor een groot deel uit tarwe en gebroken graan, wat de meeste tuinvogels laten liggen.

Veelgestelde vragen

Mag je vogels brood geven?
Liever niet. Brood vult de maag zonder er veel voeding tegenover te stellen, en beschimmeld brood is schadelijk. Bovendien trekt het ratten en meeuwen aan. Wil je toch iets uit de keuken geven, kies dan ongekookte havermout, ongezouten oude kaas of stukjes appel.
Moet je stoppen met voeren als het zacht weer is?
Nee. Vogels zoeken de hele winter door ook zelf naar voedsel en gebruiken de voerplek als aanvulling. Doorgaan is beter dan wisselen, want vogels plannen hun route langs vaste plekken. Wel kun je bij zacht weer met kleinere hoeveelheden werken, zodat er niets blijft liggen.
Waarom mogen vetbollen niet in een netje?
Omdat vogels met hun poten of hun tong in het net vast kunnen komen te zitten en zichzelf niet kunnen bevrijden. Koop vetbollen zonder net, of haal het net eraf en gebruik een metalen vetbolhouder.
Hoe vaak moet je een voedertafel schoonmaken?
Ongeveer één keer per week met heet water, en helemaal laten drogen voor je opnieuw vult. Drinkwater ververs je dagelijks. Zie je zieke vogels, haal het voer en het water dan een tot twee weken helemaal weg.
Mogen vogels gezouten pinda’s?
Nee. Vogels kunnen zout slecht uitscheiden, dus ook een kleine hoeveelheid is een probleem. Gebruik uitsluitend ongezouten en ongebrande pinda’s, en bied ze aan in een silo in plaats van los.
Hebben vogels in de winter ook water nodig?
Ja, en bij vorst is dat vaak urgenter dan voedsel, omdat plassen en sloten dicht zijn. Zet een ondiepe schaal met vers water neer en ververs die dagelijks. Gebruik geen zout of antivries om het ijsvrij te houden, dat is giftig.
Trekt bijvoeren geen ratten aan?
Dat kan, vooral bij gemorst voer op de grond en bij brood. Gebruik silo’s met een opvangschaal, ruim gemorst voer dagelijks op, voer geen brood of kliekjes, en strooi ’s avonds niet bij.

Deel deze pagina

Ken je iemand die dit leuk vindt? Stuur het door.

Voor Instagram of TikTok

Download het deelbeeld en plak de tekst erbij. De link staat er al in.

Verder lezen

  • Categorie

    Voeren en verzorgen

    Wat je wel en niet in de voedertafel legt, hoe je de voerplek schoon houdt en waar je hem neerzet zodat de kat er niet bij kan.

  • Artikel

    Welke vogels zie je in november in je tuin?

    De vogels die je in november in een Nederlandse tuin ziet, met de kenmerken waaraan je ze herkent: koolmees, pimpelmees, roodborst, merel, huismus, vink, staartmees en de wintergasten uit het noorden.

  • Artikel

    Vogelhuisje met camera: waar moet je op letten?

    De twaalf punten die bepalen of een voederhuisje met camera bevalt: wifi-bereik, accu en zonnepaneel, herkenning van Europese soorten, abonnementskosten, opslag, reactietijd en onderhoud.

  • Artikel

    Cadeau voor vogelliefhebbers: 7 ideeën

    Zeven cadeaus voor wie graag naar vogels kijkt, van een voederhuisje met camera tot een nestkast met het juiste invlieggat. Met prijsklassen en de dingen die je beter niet geeft.

  • Artikel

    Er komen geen vogels op mijn voederhuisje: wat nu?

    De acht redenen waarom er geen vogels op je voederhuisje komen, van waarschijnlijk naar zeldzaam, met per oorzaak wat je eraan doet en hoe lang je moet wachten.